ECLI:NL:CRVB:2005:AU1428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WAZ-uitkeringsweigering
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WAZ-uitkering. Dit bezwaar werd pas na de wettelijke termijn ingediend. Appellante voerde aan dat zij door ernstige lichamelijke en psychische problemen, waaronder een val van een trap en een suïcidepoging, niet tijdig bezwaar kon maken.
De Raad beoordeelde de medische verklaringen van de huisarts en concludeerde dat deze onvoldoende duidelijkheid boden over de ernst van de situatie tijdens de bezwaarperiode. Ook was niet aannemelijk waarom appellante het bezwaarschrift op 30 september 2003 kon opstellen maar pas bijna een maand later kon versturen. De bezwaarverzekeringsarts had eerder geoordeeld dat er geen medische redenen waren voor de late indiening.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde de Raad dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.