ECLI:NL:CRVB:2005:AU1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herstel arbeidsongeschiktheid werknemer
De zaak betreft de intrekking van een WAO-uitkering die aan een werknemer was toegekend na uitval wegens psychische klachten na een reorganisatie. De uitkering werd ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. De werkgever, appellante, maakte bezwaar en stelde dat de werknemer nog steeds beperkingen had en dat zij betrokken had moeten worden bij het medisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de werkgever geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot een hoorzitting. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, onder meer over het beoordelingssysteem (CBBS) en het ontbreken van een nieuw medisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de verzekeringsarts geen medische beperkingen meer vaststelde en dat de werknemer geschikt was voor zijn maatgevende arbeid. Appellante had geen bewijs geleverd dat de medische situatie op het moment van intrekking wezenlijk anders was dan waarop het besluit was gebaseerd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees de grieven van appellante af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 30 juni 2003 wordt bevestigd omdat de werknemer geschikt is voor zijn maatgevende arbeid.