ECLI:NL:CRVB:2005:AU1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid agrarisch medewerker wegens psychiatrische klachten
Appellant, een voormalig agrarisch medewerker in de tomatenteelt, meldde zich per 16 augustus 1999 ziek wegens spannings- en borstklachten vanuit een WW-uitkeringssituatie. Gedaagde stelde hem op 17 juli 2000 hersteld en stopte het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar met medische verklaringen van zijn psychiater die een chronisch depressief en stressgerelateerd beeld schetsten. De bezwaarverzekeringsarts achtte appellant echter niet arbeidsongeschikt voor zijn routinematige werk.
Na een beroepsprocedure werd een onafhankelijk deskundigenrapport gevraagd, waarin werd geconcludeerd dat appellant waarschijnlijk al geruime tijd voor 17 juli 2000 een gemengd psychiatrisch beeld had met depressieve en angstklachten, waardoor hij zijn werk niet kon hervatten. De Raad volgde dit oordeel en vond onvoldoende reden om hiervan af te wijken.
De Centrale Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van het deskundigenrapport. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het deskundigenrapport.