ECLI:NL:CRVB:2005:AU1472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging WAO-besluit wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde vernietigde. Gedaagde was sinds 1997 werkzaam als adviseur-projectleider en viel in 1998 uit met RSI-klachten. Na een initiële toekenning van een WAO-uitkering van 80% werd deze in 1999 ingetrokken op basis van een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank schakelde een onafhankelijke neuroloog in die concludeerde dat gedaagde niet in staat was tot volledige vervulling van de voorgelegde functies. De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat de schatting van arbeidsongeschiktheid niet op een voldoende medische en arbeidskundige grondslag berustte. Het geschil spitste zich toe op de vraag of bepaalde functies geschikt waren voor gedaagde, waarbij de Raad oordeelde dat functies als arbeidsbemiddelaar en keukenverkoper niet passend waren.
Het hoger beroep van het UWV faalde, mede omdat de Raad het oordeel van de onafhankelijke deskundige volgde en onvoldoende aanleiding zag om hiervan af te wijken. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van €644,- ten behoeve van gedaagde. De Raad bepaalde tevens dat het UWV alsnog moet beslissen over de hoogte van het WAO-dagloon.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit en veroordeelt het UWV in de proceskosten.