ECLI:NL:CRVB:2005:AU1571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf buiten Nederland
Appellante ontving sinds 1985 een bijstandsuitkering en werd onderzocht nadat een tip binnenkwam over haar langdurig verblijf in Turkije en bezit van vermogen aldaar. De sociale recherche voerde een administratief onderzoek uit, inclusief huisbezoek en getuigenverhoren. Uit verklaringen, politieproces-verbaal en telefoonnotities bleek dat appellante vanaf 1996 circa negen maanden per jaar in Turkije verbleef, zonder dit aan de gemeente te melden.
Appellante ontkende dit verblijf, maar kon dit niet bewijzen en gaf geen inzicht in haar verblijfperiodes of het bezit van grond in Turkije. Het Turkse consulaat bevestigde dat haar paspoort geldig was tot 2003, in strijd met haar verklaring. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand volgens de geldende wetgeving.
De gemeente trok daarom het recht op bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode juni 1996 tot augustus 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak, oordelend dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat er geen dringende redenen waren om van intrekking en terugvordering af te zien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens langdurig verblijf buiten Nederland zonder opgave.