ECLI:NL:CRVB:2005:AU1572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en toekenning wettelijke rente en proceskostenvergoeding
Appellant had een WAO-uitkering die door het UWV per 13 november 2001 werd ingetrokken wegens een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering bij besluit van 13 mei 2002 vast op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep stelde het UWV het bezwaar opnieuw gegrond en herstelde de oorspronkelijke beoordeling van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid per 13 november 2001. Appellant verzocht om proceskostenvergoeding en wettelijke rente over het na te betalen bedrag. De Raad besloot het onderzoek zonder zitting te doen vanwege toestemming van partijen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat appellant belang behield bij de gegrondverklaring van zijn beroep, en veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente en een proceskostenvergoeding van €322,-. Tevens werd het betaalde griffierecht van €102,- aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV tot betaling van wettelijke rente en proceskostenvergoeding.