ECLI:NL:CRVB:2005:AU1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar en terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd gekort en onverschuldigd betaalde bedragen werden teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het bezwaar wel tijdig was ingediend en dat de terugvordering een bevoegdheid betrof die niet volledig benut hoefde te worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend omdat de brief waarop appellant zich beroept betrekking had op een ander besluit. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden verontschuldigen. Tevens bevestigde de Raad dat de terugvordering van onverschuldigde betalingen vanaf 1 augustus 1996 een wettelijke verplichting is en geen discretionaire bevoegdheid. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aannemelijk gemaakt.
Appellant had onvoldoende concreet gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen voor hem zou hebben. De beperkte invordering van € 75 per maand en de financiële ruimte van appellant maakten dat de terugvordering redelijk was. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding; de terugvordering is terecht en beperkt tot betalingen vanaf 1 augustus 1996.