ECLI:NL:CRVB:2005:AU1826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten bevestigd
De zaak betreft een geschil over een korting van 20% op de WW-uitkering van gedaagde over de periode van 6 januari 2003 tot 28 april 2003 wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat onvoldoende was gemotiveerd hoe de beoordelingscriteria waren toegepast en onvoldoende rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden van gedaagde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Raad een werkloze in beginsel ten minste één sollicitatie per week moet verrichten. Bij het niet nakomen van deze verplichting mag een causaal verband worden aangenomen tussen het ontbreken van sollicitaties en het voortduren van werkloosheid. De Raad acht de persoonlijke omstandigheden van gedaagde onvoldoende om hiervan af te wijken.
Hoewel gedaagde beperkte kansen op de arbeidsmarkt heeft vanwege leeftijd, opleidingsniveau en medische beperkingen, zijn er volgens de Raad wel passende vacatures beschikbaar. De eis van de rechtbank dat appellant moet aantonen dat er voldoende passende arbeid beschikbaar was, wordt door de Raad niet onderschreven.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het inleidend beroep ongegrond. De korting op de WW-uitkering wordt gehandhaafd en is niet in strijd met geschreven of ongeschreven recht of algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt gehandhaafd.