ECLI:NL:CRVB:2005:AU1833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-, ZW- en WAO-uitkeringen wegens ongeldigverklaring E301-verklaring
Appellant ontving vanaf 2 november 1998 een WW-uitkering, gevolgd door ZW- en WAO-uitkeringen, gebaseerd op een E301-verklaring van het Duitse Arbeitsamt die verzekerings- en arbeidsperioden in Duitsland bevestigde. Na onderzoek door de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst ontstond het vermoeden dat de arbeidsovereenkomst gefingeerd was en appellant als zelfstandige werkte. Het Arbeitsamt verklaarde daarop de E301-verklaring ongeldig, wat door appellant werd bestreden maar ongegrond werd verklaard.
De Raad toetste of de intrekking van de uitkeringen terecht was vanwege het ontbreken van een geldige E301-verklaring. De Raad oordeelde dat de verklaring een noodzakelijke voorwaarde is voor het recht op uitkering en dat het bevoegde orgaan verplicht is de juistheid ervan te onderzoeken en indien nodig in te trekken. Omdat de E301-verklaring ongeldig was, verviel de basis voor de WW-uitkering en daarmee ook voor de ZW- en WAO-uitkeringen.
Appellants verweer dat de uitkeringen niet herzien mochten worden omdat gedaagde zelf het Arbeitsamt om herziening had gevraagd, werd verworpen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Zutphen en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WW-, ZW- en WAO-uitkeringen wegens ongeldigverklaring van de E301-verklaring.