ECLI:NL:CRVB:2005:AU1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname achterstallige loon wegens verstreken termijn WW
Appellant was werkzaam bij ZH Transporten tot 17 april 2002, waarna het bedrijf failliet werd verklaard. Hij diende een aanvraag in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om achterstallige loonbetalingen over te nemen, maar deze werd afgewezen omdat de wettelijke termijn van 26 weken voor het indienen van een dergelijke aanvraag was verstreken.
Appellant voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat ZH Scheveningen zijn werkgever was, mede omdat hij loon ontving van verschillende bedrijven en er organisatorische veranderingen waren aangekondigd. Hij stelde dat dit bijzondere omstandigheden vormden die een afwijking van de termijnregel rechtvaardigden.
De Raad oordeelde echter dat ZH Transporten de werkgever bleef en dat appellant tijdig had kunnen handelen door direct na het einde van het dienstverband zijn loon te verhalen. Het feit dat loonbetalingen door andere bedrijven werden gedaan, deed hieraan niet af. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de termijnregel rechtvaardigden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag tot overname van achterstallige loonbetalingen wordt afgewezen wegens verstreken wettelijke termijn zonder bijzondere omstandigheden.