ECLI:NL:CRVB:2005:AU1839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WAO-dagloon ondanks betwiste CAO-loonsverhoging
Appellant, een uitzendkracht werkzaam als voorman/sectiebouwer, betwistte de hoogte van zijn WAO-dagloon dat was vastgesteld op € 78,87. Hij stelde dat een CAO-loonsverhoging van 4% per 1 april 1992, die ook voor uitzendkrachten zou gelden, niet was meegenomen in de berekening. Ter onderbouwing overhandigde appellant kopieën van CAO-teksten en een brief van de Noordelijke Accountantsunie.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant het bewijs van de loonsverhoging niet had geleverd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en overwoog dat zonder concrete, verifieerbare gegevens geen grond is om het besluit te wijzigen. De Raad benadrukte dat het ontbreken van bewijs mede te wijten kan zijn aan het verstrijken van de tijd, maar dat dit de bewijslastverdeling niet verandert.
De Raad concludeerde dat appellant niet had aangetoond dat het UWV onjuist had gehandeld bij de dagloonvaststelling. Er waren geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het WAO-dagloon blijft ongewijzigd.