ECLI:NL:CRVB:2005:AU1852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks rugklachten
Appellante, die sinds december 1999 wegens rugklachten niet heeft kunnen werken, verzocht om een WAO-uitkering. Gedaagde (Uwv) weigerde deze uitkering per 11 december 2000, omdat medisch en arbeidskundig onderzoek uitwees dat zij geschikt was voor haar eigen werk.
Appellante stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, onderbouwd met medische rapporten, waaronder een expertiserapport van een orthopedisch chirurg en latere operaties in Duitsland. De rechtbank en de Raad concludeerden echter dat de klachten niet medisch objectief verklaard konden worden als zodanig ernstige beperkingen en dat de beperkingen door gedaagde niet waren onderschat.
De Raad vond de medische gegevens, inclusief de Duitse behandelingen en rapporten, onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. Ook werd het standpunt van de arbeidsdeskundige bevestigd dat appellante haar eigen werk, dat voldoende afwisseling biedt, kon verrichten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot nader onderzoek of toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke bepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.