ECLI:NL:CRVB:2005:AU1855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij brief van 18 september 2001 verzocht om herziening van een eerder genomen besluit van 5 juli 2001, waarbij een WAO-uitkering werd geweigerd. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft dit verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien.
Appellant heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen deze beslissing eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde dat er nieuwe medische gegevens waren die niet eerder waren meegenomen, maar deze gegevens betroffen slechts nadere bespiegelingen over reeds bekende feiten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestuursorgaan terecht heeft geweigerd het besluit te herzien op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten.