ECLI:NL:CRVB:2005:AU1856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens epilepsie en rug- en schouderklachten niet onzorgvuldig
Gedaagde is sinds 1987 arbeidsongeschikt als gevolg van een auto-ongeval en epilepsie met rug- en schouderklachten. Haar WAO-uitkering werd in 1990 herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. In 1999 stelde appellant een toename vast naar 80-100%, met ingang van 1998, na een operatie aan de schouder in 1996.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek naar eerdere toename van beperkingen vóór 1996. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant het besluit zorgvuldig heeft voorbereid, mede omdat gedaagde geen melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft gedaan sinds 1990 en de medische rapporten geen wezenlijke verslechtering aantonen.
De Raad hecht ook geen doorslaggevende waarde aan het rapport van de orthopedisch chirurg dat de eerste ziektedag in 1974 situeert, omdat dit niet gericht was op de belastbaarheid na 1990. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.