ECLI:NL:CRVB:2005:AU1858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor lichte functies
Appellant, voormalig projectleider bij Nedcar, meldde zich ziek wegens hoofdpijnklachten na een val op het achterhoofd. Na afloop van de wachttijd kreeg hij geen WAO-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor lichte werkzaamheden zonder nekbelasting. Op 10 juli 2002 werd vastgesteld dat appellant nog steeds last had van cervicogene hoofdpijn, maar geschikt bleef voor de voorgehouden functies zoals artsenbezoeker en planner.
In de bezwaarprocedure bevestigde een bezwaarverzekeringsarts dat appellant ondanks chronische pijn in staat was de functies te vervullen. De Raad vond de medische rapporten zorgvuldig en onderbouwd. Er was geen bewijs van samenhang tussen een in 2003 begonnen revalidatie en de gezondheidstoestand op 10 juli 2002.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat appellant terecht geen ziekengeld is toegekend en bevestigt het eerdere besluit en uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt is voor de voorgehouden functies.