ECLI:NL:CRVB:2005:AU1859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling psychische belastbaarheid
Appellant, voormalig chauffeur geldtransport, kreeg sinds 1980 een WAO-uitkering wegens knie- en enkelklachten. In 2001 werd deze uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (25-35%). Appellant betwistte dit en voerde psychische beperkingen aan die volgens hem niet in aanmerking waren genomen.
De rechtbank onderschreef het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de psychische belastbaarheid niet zodanig beperkt is dat appellant niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De diagnose post contusioneel syndroom werd erkend, maar leidde niet tot andere beperkingen dan reeds aangenomen.
In hoger beroep stelde appellant dat de geselecteerde functies psychisch ongeschikt zijn, maar de Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De psychische beperkingen zijn adequaat meegewogen en er zijn geen nieuwe gegevens die het oordeel in twijfel trekken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.