ECLI:NL:CRVB:2005:AU1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verlies aan belang bij WAZ-uitkeringsgeschil
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de berekening van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ). Het bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens kwam appellante in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de uitkering werd aangepast naar een hogere klasse. Hierdoor was het geschil feitelijk opgelost, waardoor de Raad overwoog dat er geen belang meer was bij het hoger beroep. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie dat de bestuursrechter alleen rechtsvragen behandelt indien er een actueel geschil is over een bestuursbesluit.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verlies aan belang. Verder wees de Raad het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar af omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, alsmede het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Spaas en leden Schuttel en Schoor op 30 augustus 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.