ECLI:NL:CRVB:2005:AU1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en toekenning WAO-uitkering na rug- en nekklachten
Appellante, voormalig verkoopster bij HEMA, staakte haar werk wegens rug-, nek- en schouderklachten. Gedaagde weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Na bezwaar en nadere rapportages werd de arbeidsongeschiktheid bij een tweede besluit vastgesteld tussen 15 en 25%, waarop appellante hoger beroep instelde.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat een nieuw besluit is genomen dat het eerdere besluit vervangt. Het geschil concentreert zich op de juistheid van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid in het tweede besluit en de geschiktheid van de voorgehouden functies.
De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn zorgvuldig uitgevoerd en houden voldoende rekening met de beperkingen van appellante. De functies bankbediende, telefoniste-receptioniste en receptioniste worden als passend geacht, ondanks opmerkingen over nekbelasting. De Raad concludeert dat het beroep tegen het tweede besluit ongegrond is.
Daarnaast wordt appellante in de proceskosten van beroep en hoger beroep veroordeeld, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dienen te worden betaald. Het gestorte recht wordt aan appellante vergoed.
Deze uitspraak bevestigt de zorgvuldige vaststelling van arbeidsongeschiktheid en de toekenning van een WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige rapportages.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard waarbij de arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25% wordt bevestigd.