ECLI:NL:CRVB:2005:AU1903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.E.M.J. Hetharie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit met instandhouding rechtsgevolgen na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, die na een auto-ongeval met whiplashklachten een WAO-uitkering ontving op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, werd herbeoordeeld. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, maar achtte haar geschikt voor licht belastend werk. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit, met een lichte aanpassing in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies en schatte het verlies aan verdiencapaciteit op 8,09%. Appellante voerde aan niet in staat te zijn een volledige werkdag te verrichten en dat medische informatie van het Sophia Revalidatie Centrum niet was meegenomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep gaf de bezwaararbeidsdeskundige een nadere onderbouwing van de arbeidskundige beoordeling, die de Raad voldoende achtte. De medische informatie van het Sophia Revalidatie Centrum was niet relevant voor de beoordeling op het moment van het besluit. De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.