ECLI:NL:CRVB:2005:AU1935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn onder Algemene Kinderbijslagwet
Appellante, met Marokkaanse nationaliteit, had kinderbijslag aangevraagd voor de periode van het tweede kwartaal 2000 tot en met het eerste kwartaal 2001. De Sociale verzekeringsbank weigerde deze omdat zij niet verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) op die peildata.
Appellante stelde dat zij reeds in 1998 het middelpunt van haar maatschappelijk leven in Nederland had en dat de koppelingswetgeving niet op haar mocht worden toegepast, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Raad. De Raad overwoog echter dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vóór 1 juli 1998 als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt en dat zij niet tot de uitzonderingscategorie behoorde die recht heeft op kinderbijslag ondanks de koppelingswetgeving.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat appellante pas vanaf eind 1997 in Nederland verbleef en dat haar juridische, economische en sociale binding met Nederland onvoldoende was om haar als ingezetene te beschouwen. De Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de weigering van kinderbijslag op goede gronden berust.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellante niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt vóór 1 juli 1998 en niet verzekerd was volgens de AKW.