ECLI:NL:CRVB:2005:AU1952
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht
De zaak betreft een verzet tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Opposant had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald en verzocht later uitstel voor het indienen van een machtiging, maar dit verzoek werd te laat ingediend en was niet relevant voor de betaling van het griffierecht.
Tijdens de zitting op 6 juli 2005 was opposant niet aanwezig, terwijl de vertegenwoordiger van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wel aanwezig was. De Raad oordeelde dat opposant geacht moest worden voor zichzelf verzet te hebben gedaan, maar dat het verzet zich richtte tegen het niet overleggen van een machtiging, hetgeen niet relevant was voor de niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad vond geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaarde het verzet daarom ongegrond. Hiermee bleef de eerdere beslissing in stand dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege het niet verontschuldigbaar te laat betalen van het griffierecht.