ECLI:NL:CRVB:2005:AU1975
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellante ontving sinds februari 2002 een WW-uitkering en werd op 28 oktober 2002 geconfronteerd met een maatregel van 20% korting op haar uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 23 september tot en met 20 oktober 2002. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet voldeed aan de verplichting tot ten minste één concrete sollicitatie per week.
In hoger beroep voerde appellante aan niet op de sollicitatieplicht te zijn gewezen en dat zij wel voldoende had gesolliciteerd, onder meer gesteund door een rapport van het CWI. De Raad oordeelde echter dat appellante voldoende was geïnformeerd over de sollicitatieverplichting en dat de enkele verwijzing naar het CWI-rapport onvoldoende was om de korting onterecht te achten.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan artikel 24 van Pro de WW en dat gedaagde op grond van artikel 27 WW Pro terecht de maatregel van 20% korting oplegde. De rechtbank werd gevolgd en de uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.