ECLI:NL:CRVB:2005:AU1990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering wegens niet-toegenomen medische beperkingen
Appellante had een WAZ-uitkering die bij besluit van 30 november 1999 werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 25-35%. Tegen dit besluit en een later besluit tot afwijzing van een verzoek tot verhoging van de uitkering wegens vermeende toename van beperkingen, werd bezwaar en beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen waren toegenomen en dat haar uitkering daarom verhoogd moest worden. De Raad liet aanvullend onderzoek verrichten, waaronder een rapport van psychiater Tilanus en een orthopedisch chirurg. Beide deskundigen concludeerden dat appellante de voorgestelde functies kon vervullen en dat er geen toename van beperkingen was.
Op basis van deze rapporten en vaste jurisprudentie oordeelde de Raad dat het besluit tot herziening en het afwijzen van de verhoging terecht waren. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en vond geen reden om het besluit te vernietigen of te herzien.
Uitkomst: De herziening van de WAZ-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen van appellante niet zijn toegenomen.