ECLI:NL:CRVB:2005:AU2047
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing van wettelijke maatstaf bij vaststelling uitkering vervolgingsslachtoffer
Eiser, een vervolgingsslachtoffer geboren in 1940, had een periodieke uitkering toegekend gekregen op basis van artikel 8, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster stelde dat eiser ten tijde van de aanvraag niet was aangewezen op inkomsten uit beroep of bedrijf en dat zijn beenklachten pas vanaf 2002 invaliderend waren.
Eiser voerde aan dat hij al eind 2000 vanwege zijn beenklachten ontslag had moeten nemen en daardoor een verminderd verdienvermogen had, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet. Ook stelde hij dat psychische klachten mede een rol speelden bij zijn ontslag. Verweerster verklaarde het bezwaar ongegrond en hield vast aan de toepassing van artikel 8, vijfde lid.
De Raad oordeelde dat verweerster ten onrechte artikel 8, vijfde lid, heeft toegepast omdat eiser ten tijde van de aanvraag wel degelijk was aangewezen op inkomsten uit arbeid. Eiser had immers na zijn ontslag in 2000 werkloosheidsuitkering ontvangen en pogingen gedaan om ander werk te vinden. De Raad vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerster een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste wettelijke maatstaf.
Daarnaast veroordeelde de Raad verweerster in de proceskosten van eiser en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Het ingediende deskundigenrapport van eiser speelde geen rol in de beoordeling en werd niet vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerster moet een nieuw besluit nemen met toepassing van de juiste wettelijke maatstaf.