ECLI:NL:CRVB:2005:AU2082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering met ingang van 2 oktober 2000 en vergoeding wettelijke rente
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering met ingang van 2 oktober 2000. Het oorspronkelijke besluit wees de uitkering af omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Tijdens de procedure werd medisch bewijs overgelegd, waaronder rapporten van een revalidatiearts en een onafhankelijk orthopedisch chirurg. De rechtbank volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het onderzoek van de deskundige onzorgvuldig was. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en verwierp deze grief. Vervolgens heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) alsnog een besluit genomen om de WAO-uitkering toe te kennen met ingang van 2 oktober 2000, met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar verklaarde het beroep voor zover gericht tegen het latere besluit ongegrond. Tevens werd een schadevergoeding voor de wettelijke rente toegekend over de periode vanaf 1 oktober 2000 tot de nabetaling, en werden de proceskosten van appellante vergoed. Het griffierecht werd eveneens aan appellante vergoed.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt alsnog toegekend met ingang van 2 oktober 2000, met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.