ECLI:NL:CRVB:2005:AU2098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na vaststelling medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant is sinds mei 1999 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling in 2002 concludeerden verzekeringsartsen dat appellant beperkingen heeft, maar geschikt is voor bepaalde functies. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies met een verlies aan verdienvermogen van circa 19%.
Appellant voerde aan dat hij niet aan de opleidingseisen van de geselecteerde functies kon voldoen en betwistte de actualiteit van de functies, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen correct waren vastgesteld en dat appellant passend was voor de functies, mede gezien zijn opleidingsniveau en ervaring.
De Raad accepteerde de actualiteit van de functies op basis van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en verwierp het standpunt van appellant dat alleen het Functie Informatie Systeem (FIS) relevant zou zijn. Het bezwaar tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd; appellant is geschikt voor de geselecteerde functies en het bezwaar wordt ongegrond verklaard.