ECLI:NL:CRVB:2005:AU2103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging WAO-besluit en in stand laten rechtsgevolgen door rechtbank
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van 29 mei 2002 waarbij zijn bezwaar tegen het WAO-besluit van 17 december 2001 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel over de vastgestelde arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep heeft appellant verzocht om vernietiging van het vonnis voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat ook in hoger beroep geen nieuwe medische of andere informatie is aangevoerd die het oordeel van gedaagde over de belastbaarheid van appellant op de datum in geding zou kunnen betwijfelen.
De Raad acht de grieven van appellant ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt derhalve afgewezen en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het vonnis van de rechtbank en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde WAO-besluit in stand.