ECLI:NL:CRVB:2005:AU2109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel over geschiktheid voor arbeid ondanks beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin werd geoordeeld dat hij, ondanks beperkingen, geschikt was voor bepaalde arbeidsfuncties. Het geschil betrof de beoordeling van de verdiencapaciteit en de juistheid van de aangenomen beperkingen op de peildatum 16 juli 2001.
De Raad concludeerde dat appellant de werkzaamheden behorende bij de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies kon verrichten. De stellingen in hoger beroep brachten geen nieuwe inzichten die aanleiding gaven tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank. De markeringen in de functies waren naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht.
De Raad achtte geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellant over zijn gezondheidstoestand werd niet gevolgd.
De beslissing werd genomen door mr. K.J.S. Spaas en uitgesproken op 6 september 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies en wijst het hoger beroep af.