ECLI:NL:CRVB:2005:AU2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens te late aangifte werkloosheid
Appellant diende op 13 september 2002 een aanvraag in voor een WW-uitkering met ingang van 1 april 2002. Gedaagde stelde een korting van 20% vast wegens te late aangifte, welke later werd teruggebracht tot 10% vanwege verminderde verwijtbaarheid. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij reeds in januari 2002 een aanvraag had ingediend en dat hem geen verwijt kon worden gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat appellant het voorschrift van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW had overtreden door te laat een aanvraag in te dienen en stelde de ingangsdatum van de korting vast op 9 april 2002. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een nadere onderbouwing van gedaagde in haar oordeel had betrokken, terwijl deze niet in een besluit was neergelegd.
De Raad overwoog dat de nadere onderbouwing dezelfde feiten betrof en dat appellant niet in zijn procesbelangen was geschaad. Tevens oordeelde de Raad dat appellant wist of behoorde te weten dat hij opnieuw een aanvraag moest indienen en dat hij het voorschrift had overtreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 10% op de WW-uitkering wegens te late aangifte en wijst het hoger beroep af.