ECLI:NL:CRVB:2005:AU2242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gesloten buitenwagen op grond van onvoldoende medische noodzaak
Appellante verzocht op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) om een gesloten buitenwagen vanwege klachten aan de bovenste luchtwegen en zitproblemen. Het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO) bracht twee medische adviezen uit waarin geen contra-indicatie voor vervoer in de buitenlucht werd vastgesteld en de scootmobiel als goedkoopst adequate voorziening werd aangemerkt.
De gemeente Amersfoort wees het verzoek af en kende een scootmobiel toe in combinatie met collectief vervoer en een aanvullende taxikostenvergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een gesloten buitenwagen op termijn goedkoper zou zijn, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank en de bestaande jurisprudentie die prioriteit geeft aan collectief vervoer.
De Raad oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde voor de noodzaak van een gesloten buitenwagen. De toegekende voorzieningen voldeden aan de zorgplicht uit de Wvg. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een gesloten buitenwagen wordt afgewezen en de toegekende scootmobiel en vervoersvoorzieningen worden als adequaat bevestigd.