ECLI:NL:CRVB:2005:AU2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onderschatting klachten niet aannemelijk
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd op grond dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Appellant stelde dat zijn psychische en lichamelijke klachten door de verzekeringsartsen waren onderschat en dat er meer informatie had moeten worden opgevraagd bij zijn behandelend psychiater en orthopedisch chirurg.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om anders te oordelen. Het schrijven van de huisarts uit 2003 kon niet leiden tot een andere beoordeling omdat het geen vergelijking maakte met de situatie op de datum in geding.
De Raad concludeerde dat er geen sprake was van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld op de datum in geding en dat de bezwaarverzekeringsarts terecht geen aanvullende informatie heeft opgevraagd. De eerdere medische beoordelingen en het arbeidskundig onderzoek rechtvaardigen het bestreden besluit. De Raad bevestigde daarom het besluit tot weigering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de klachten niet zijn onderschat.