ECLI:NL:CRVB:2005:AU2260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs van herstel huishouden met gezin in Marokko
Appellant, van Marokkaanse afkomst, was sinds 1994 gescheiden van zijn echtgenote met wie hij vier kinderen heeft. Na hertrouwen in 1998 met dezelfde ex-echtgenote en het gezamenlijk wonen in Marokko, diende appellant een verzoek in voor kinderbijslag. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, weigerde de kinderbijslag over de periode van het eerste kwartaal 2000 tot en met het derde kwartaal 2001 omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij een huishouden met zijn gezin in Marokko had hersteld.
De rechtbank onderschreef dit standpunt en de Raad bevestigt dit oordeel. Volgens vaste jurisprudentie vereist het vormen van een huishouden gezamenlijk wonen en regelmatig contact, evenals aantoonbare financiële ondersteuning. Appellant kon niet overtuigend bewijzen dat hij contact had onderhouden of zijn gezin financieel had ondersteund, mede doordat betalingen niet altijd aantoonbaar naar de verzorgster van de kinderen gingen en de bijdragen onvoldoende waren.
Het beleid van gedaagde sinds 1 januari 2001 stelt dat van een huishouden alleen sprake kan zijn als betrokkene ingezetene is van het land van herkomst of daar een nauwe band en verblijf van meer dan drie maanden per jaar heeft. Appellant voldeed hier niet aan. De Raad concludeert dat de weigering van kinderbijslag terecht was en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een huishouden met zijn gezin in Marokko heeft hersteld en onvoldoende onderhoud heeft bewezen.