ECLI:NL:CRVB:2005:AU2291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens grove schuld bij onjuiste loonadministratie en premies
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die boetes oplegde wegens onjuiste loonadministratie over de jaren 2000 tot en met 2002. De boetenota’s waren gebaseerd op correctienota’s die voortkwamen uit een looncontrole waarbij fouten werden geconstateerd, zoals het niet correct verwerken van het aantal dagen van een parttime medewerker en het niet opgeven van uitbetaalde EHBO/BHV-vergoedingen.
Appellante voerde aan dat er geen sprake was van opzet of grove schuld, maar slechts van vergissingen die hooguit als verzuim gekwalificeerd konden worden. De Raad overwoog echter dat de fouten vielen onder de definitie van grove schuld, namelijk een ernstige nalatigheid of slordigheid die aan opzet grenst. Appellante was bekend met de juiste wijze van verwerking van parttime dagen en had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de fouten verontschuldigbaar waren.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellante op de hoogte had moeten zijn van de verplichting premies af te dragen over EHBO/BHV-vergoedingen, mede omdat de bekendmaking hiervan in een brancheblad was gepubliceerd. Het niet naleven hiervan kwam voor haar rekening. De Raad bevestigde daarom de boetes en vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boete wegens grove schuld en wijst het hoger beroep af.