ECLI:NL:CRVB:2005:AU2306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslag wegens ontbreken verblijfsvergunning ex-AKW
Appellant, een ex-Nederlander van Surinaamse nationaliteit, en zijn gezin wonen sinds 1993 onafgebroken in Nederland. Ondanks hun langdurig verblijf en sociaal-economische banden met Nederland, is hun aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen en is hen bevolen het land te verlaten. De Sociale verzekeringsbank heeft het recht op kinderbijslag herzien en beëindigd vanaf het eerste kwartaal van 2002 wegens het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning.
Appellant betoogde dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat de definitieve beslissing op zijn verblijfsvergunningaanvraag nog uitstond. Tevens voerde hij aan dat hij en zijn gezin als ex-Nederlanders niet anders behandeld mochten worden dan Nederlanders en dat de EG-verordening 1408/71 van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor verzekering onder de AKW, met name omdat hij niet in dienstbetrekking werkte en niet aan de loonbelasting was onderworpen. Ook viel hij niet onder de uitzonderingsgroep van vreemdelingen waarvoor de koppelingswetgeving buiten toepassing blijft. De Raad onderschreef deze oordelen en verwierp het beroep van appellant, waarbij werd vastgesteld dat hij geen recht op kinderbijslag had en het beroep ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van kinderbijslag wordt bevestigd.