ECLI:NL:CRVB:2005:AU2312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- J.J.B. van der Putten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onvoldoende motivering arbeidskundige schatting
Appellante, werkzaam als inpakster, werd door het UWV bij besluit van 12 april 2002 geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Na bezwaar en hoorzitting werd dit besluit gehandhaafd. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het medische onderzoek adequaat was en de arbeidskundige beoordeling niet gebrekkig.
In hoger beroep stelde appellante dat haar subjectieve beleving van haar beperkingen onvoldoende was meegewogen en dat er sinds januari 2002 sprake was van toegenomen beperkingen. De Raad onderschreef het medische oordeel, maar concludeerde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde omdat de beoordeling van de functies samensteller en assemblagemedewerker niet voldeed aan de motiveringseisen.
Aangezien de schatting slechts op twee functies rustte, achtte de Raad het besluit onvoldoende gefundeerd en vernietigde het. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.