ECLI:NL:CRVB:2005:AU2314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en ontslag ambtenaar wegens onvoldoende functioneren bevestigd
Appellant was sinds 1979 in dienst bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en werd in januari 2002 beoordeeld als onvoldoende in kwaliteit en kwantiteit van zijn werkzaamheden. Op 4 april 2002 werd hem ontslag verleend wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond en oordeelde dat het ontslag gebaseerd was op een reeks negatieve beoordelingen en dat appellant herhaaldelijk op zijn tekortkomingen was gewezen, inclusief een detachering en loopbaantest. De Raad onderschreef dit oordeel en vond de beoordelingsperiode van ruim drie jaar passend.
Hoewel appellant deels arbeidsongeschikt was, was dit niet de oorzaak van zijn disfunctioneren. De Raad oordeelde dat het ontslag terecht was en dat de herplaatsing en laatste kans in de functie van medewerker catering niet tot verbetering hadden geleid. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens onvoldoende functioneren wordt bevestigd.