ECLI:NL:CRVB:2005:AU2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig monteur, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid tussen 65 en 80%. Na ziekmelding vanuit de WW in 2001 wegens armklachten, werd zijn WAO-uitkering herzien. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast, maar concludeerden dat appellant geschikt was voor bepaalde functies zonder urenbeperking, met uitzondering van wisseldiensten vanwege diabetes.
Appellant voerde aan dat zijn gezondheidstoestand wisselend was en dat de medische rapportages slechts momentopnames waren, onvoldoende voor een juiste beoordeling. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat de beschikbare medische gegevens, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsarts, voldoende inzicht boden in zijn belastbaarheid.
De Raad verwierp het hoger beroep omdat appellant geen nieuwe elementen aanvoerde die tot een ander oordeel konden leiden. De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% werd gehandhaafd, waarbij de voorgelegde functies passend werden geacht.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.