ECLI:NL:CRVB:2005:AU2343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld in 1994 op 35 tot 45%, met terugwerkende kracht tot 1992. Dit verzoek werd afgewezen omdat niet was gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat de medische beoordeling destijds, inclusief onderzoek van de rug en knieën, volledig was en dat latere röntgenverslagen alleen leeftijdsgebonden degeneratieve veranderingen toonden. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat geen nieuwe feiten waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat een verzekeringsarts in 2001 een beperkte belastbaarheid had geconstateerd die in 1992 niet was meegewogen. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat dit geen nieuw feit was, omdat de eerdere beoordeling al alle klachten omvatte.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd gewezen op de jurisprudentie en het ontbreken van gronden voor herziening volgens artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.