ECLI:NL:CRVB:2005:AU2356
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkstelling bestuurders voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen
In deze zaak zijn appellanten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen van een vennootschap onder firma (v.o.f.) over de jaren 2002 en 2003. De besluiten tot aansprakelijkstelling zijn gebaseerd op artikel 16c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV), dat van toepassing is op lichamen zonder rechtspersoonlijkheid.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de aansprakelijkstelling op grond van artikel 16d CSV had moeten plaatsvinden, omdat de bestuurders van de betrokken vennootschap rechtspersonen zijn. Tevens werd een beroep gedaan op de disculpatiemogelijkheid uit artikel 33, vierde lid, van de Invorderingswet, die echter pas per 1 januari 2006 voor de sociale verzekeringswetten geldt.
De Raad oordeelde dat de aansprakelijkstelling terecht op artikel 16c CSV is gebaseerd, omdat een v.o.f. geen rechtspersoonlijkheid bezit en de bestuurders als bedoeld in dat artikel hoofdelijk aansprakelijk zijn. De Raad verwierp het beroep op artikel 16d CSV en de disculpatiemogelijkheid, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkstelling van bestuurders op grond van artikel 16c CSV voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen.