ECLI:NL:CRVB:2005:AU2402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht bij detachering in uitzendsituatie van automatiseringswerkzaamheden
Gedaagde sloot een raamovereenkomst met een besloten vennootschap om automatiseringswerkzaamheden te verrichten bij derden, waaronder Albert Heijn B.V. De vraag was of sprake was van een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding. De rechtbank had geoordeeld dat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
In hoger beroep stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat er wel sprake was van een uitzendovereenkomst conform artikel 7:690 BW Pro, waarbij de drie vereisten van een arbeidsovereenkomst – persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding – binnen de driepartijenrelatie aanwezig waren. De Raad concludeerde dat gedaagde onder toezicht en leiding van de opdrachtgever werkte, ondanks enige handelingsvrijheid.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat en eerdere beslissingen van het Uwv over vergelijkbare situaties onvoldoende relevant waren. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan vergelijkbare feitelijke omstandigheden. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de verzekeringsplicht blijft van kracht.