ECLI:NL:CRVB:2005:AU2426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagsverhouding en verzekeringsplicht directeur/aandeelhouder in sociale verzekeringswetgeving
Appellante, een vennootschap waarvan de directie wordt gevormd door twee directeuren die tevens aandeelhouders zijn, betwistte dat tussen haar en één van de directeuren, tevens aandeelhouder, een gezagsverhouding bestond die verzekeringsplicht in het kader van de werknemersverzekeringen zou rechtvaardigen.
De Raad verwijst naar de statutaire bepalingen, de aandelenverdeling en een managementovereenkomst waarin is vastgelegd dat de algemene vergadering van aandeelhouders het ontslag van de directeur kan bepalen. Dit wijst op een gezagsrelatie. Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden een uitzondering op deze regel vormden, maar de Raad vond hiervoor geen materiële aanwijzingen.
De Raad oordeelde dat de directeur in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot appellante stond en dat de vergoedingen aan hem als premieplichtig loon moesten worden aangemerkt. Appellante handelde in strijd met artikel 10, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering door deze vergoedingen niet in de loonadministratie te verwerken.
Daarom waren de correctienota’s en boetenota’s over de jaren 1998 tot en met 2002 terecht opgelegd. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een gezagsverhouding en verzekeringsplicht, waardoor correctienota’s en boetenota’s terecht zijn opgelegd.