ECLI:NL:CRVB:2005:AU2440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over looncorrectie en verzekeringsplicht bedrijfsleidster
Appellante, een onderneming, werd geconfronteerd met correctienota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de jaren 1997 en 1998 naar aanleiding van een looncontrole. Het geschil betrof de vraag of een betrokken persoon, werkzaam als bedrijfsleidster, verplicht verzekerd was onder de werknemersverzekeringswetten en of de verstrekking van een woning als loon in natura moest worden aangemerkt.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het besluit vernietigd. De Raad oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de betrokken persoon sinds juni 1997 beherend vennoot was, zoals appellante had gesteld. De verklaringen van de betrokken persoon en de directeur van de vennoten wezen uit dat zij als bedrijfsleidster werkzaam was.
Verder stelde de Raad vast dat de woning, gehuurd door een vennoot van appellante en om niet ter beschikking gesteld aan de bedrijfsleidster, terecht als loon in natura was aangemerkt. Het verband tussen de woning en de bedrijfsruimte was niet relevant. Gezien deze overwegingen werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante, met een vergoeding van het betaalde recht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.