ECLI:NL:CRVB:2005:AU2452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht arbeidsverhouding binnen familie bij stichting
Appellante is een stichting die hulp verleent aan jongeren, waarbij de directeur tevens familie is van andere bestuurders. De directeur sloot een arbeidsovereenkomst voor zes maanden als projectinitiator. Na het einde van deze overeenkomst vroeg hij een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij niet als verplicht verzekerd werd aangemerkt.
De kern van het geschil is of de familieverhouding tussen de directeur en de bestuurders het aannemen van een gezagsverhouding, en daarmee een privaatrechtelijke dienstbetrekking, in de weg staat. De Raad oordeelt dat in arbeidsverhoudingen tussen echtgenoten of familieleden doorgaans geen gezagsverhouding wordt aangenomen, tenzij duidelijke aanwijzingen anders zijn.
In deze zaak was de directeur medeoprichter en gevolmachtigd bestuurder, terwijl zijn echtgenote en zuster bestuurders waren. Het bestuur volgde niet altijd zijn advies en zijn werkzaamheden en positie veranderden niet significant voor en na de arbeidsovereenkomst. Dit alles maakt het bestaan van werkgeversgezag niet aannemelijk.
Daarom concludeert de Raad dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking was en dat de directeur niet verplicht verzekerd was onder de sociale werknemersverzekeringen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat en weigert de WW-uitkering.