ECLI:NL:CRVB:2005:AU2529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als medewerkster verkoopadministratie en viel uit wegens rugklachten na een ongeval. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De medische rapporten van verschillende artsen, waaronder verzekeringsartsen en specialisten, toonden aan dat er geen neurologische uitvalsverschijnselen waren en dat de klachten vooral aspecifieke lage rugpijn betroffen. Een neuroloog en psychiater stelde dat appellante leed aan een progressief pijnsyndroom, maar dit betrof een onbegrepen ziektebeeld zonder duidelijke objectieve afwijkingen die een volledige arbeidsongeschiktheid per datum in geschil konden onderbouwen.
De Raad concludeert dat het belastbaarheidspatroon correct is vastgesteld en dat appellante met inachtneming van de beperkingen haar eigen werk kan verrichten. De stelling van appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt was, wordt niet ondersteund door de medische stukken. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.