ECLI:NL:CRVB:2005:AU2530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-schatting en geschiktheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een fietsongeluk in 1994 nekklachten heeft, vroeg per 1 juli 1999 een WAO-uitkering aan wegens toename van klachten. Diverse medische onderzoeken, waaronder door een verzekeringsarts, revalidatiearts en neuroloog, gaven uiteenlopende conclusies over zijn belastbaarheid en urenbeperking. Appellant stelde dat hij slechts 20 uur per week kon werken, terwijl het UWV voltijdse functies aan hem voorhield.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat geen aanleiding bestond voor nader onderzoek door een onafhankelijke deskundige. Appellant ging in hoger beroep tegen deze summiere motivering en de gehanteerde maatman van 40 uur per week.
De Raad overwoog dat het standpunt van de verzekeringsarts over een beperking tot rustig werk zonder complexe factoren voldoende was onderbouwd. Het rapport van de neuroloog, dat appellant maximaal 20 uren belastbaar achtte, was niet objectief onderbouwd en gebaseerd op subjectieve klachten. De revalidatiearts concludeerde dat appellant geschikt was voor meerdere voltijdse functies, die tezamen een hoger inkomen opleverden dan zijn maatmaninkomen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de functies passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Er was geen aanleiding voor een urenbeperking of nader medisch onderzoek. De proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken wegens ontbreken van wettelijke gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.