ECLI:NL:CRVB:2005:AU2546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-herzieningsbesluit na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot herziening van zijn WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% per 7 augustus 2000. De rechtbank Amsterdam had het medisch en arbeidskundig oordeel van de door haar ingeschakelde orthopedisch chirurg gevolgd en het besluit van het Uwv bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte een schriftelijke reactie van zijn medisch adviseur niet aan de deskundige had voorgelegd. De Raad overwoog dat deze reactie geen nieuw licht wierp op de zaak en dat de deskundige reeds kennis had genomen van relevante medische gegevens zonder zijn oordeel te wijzigen.
Verder werd vastgesteld dat de aangescherpte belastbaarheidseis voor de linkerarm door de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige was verwerkt in het belastbaarheidspatroon, dat niet werd overschreden door de functies waarop de schatting was gebaseerd. Ook een voorgenomen medische ingreep die door appellant werd genoemd, was niet doorgegaan.
De Raad vond geen reden om het oordeel van de rechtbank te verwerpen of de zaak aan te houden voor nader onderzoek. De medische gegevens uit een letselschadezaak waren niet relevant voor de datum van beoordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.