ECLI:NL:CRVB:2005:AU2551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 23 november 2000, omdat zij volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank handhaafde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of de medische beperkingen van appellante juist waren vastgesteld en of de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor haar. Uit de medische rapporten van verzekeringsartsen en een neuroloog bleek dat appellante wel beperkingen heeft, maar niet in die mate dat haar arbeidsongeschiktheid hoger is dan vastgesteld. De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen uit te breiden, mede omdat appellante geen aanvullende medische gegevens had overgelegd.
De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellante niet onjuist was vastgesteld en dat de rechtbank het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht had bevestigd. Er was geen sprake van een ontoelaatbare oprekking van haar belastbaarheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.