ECLI:NL:CRVB:2005:AU2730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het vastgestelde WAO-dagloon en verzoek tot herziening
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar dagloon in het kader van de WAO-uitkering, waarbij zij verzocht het dagloon te verhogen vanwege een overeengekomen, maar door arbeidsongeschiktheid niet gerealiseerde uitbreiding van haar werkuren. De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen op een eerder besluit te beoordelen, maar dat de toetsing zich moet beperken tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden voor het verleden, terwijl voor de toekomst een minder terughoudende toets geldt.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een niet gerealiseerde uitbreiding van werkuren door arbeidsongeschiktheid niet als wijziging van het loon of loonpeil kan worden beschouwd. Dit betekent dat zowel voor de periode voorafgaand aan het verzoek als daarna geen aanleiding is om het oorspronkelijke dagloon te herzien. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad ziet geen reden om deze uitspraak te vernietigen.
De Raad concludeert dat het verzoek van appellante om het dagloon te verhogen niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens wordt opgemerkt dat appellante tegen het oorspronkelijke besluit geen rechtsmiddelen heeft aangewend, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het WAO-dagloon wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.