ECLI:NL:CRVB:2005:AU2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid en weigering WAO-uitkering na rugklachten
Betrokkene werd arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van een arbeidsdeskundig onderzoek dat aangaf dat betrokkene geschikt was voor haar eigen werk en diverse alternatieve functies. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij oordeelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de geschiktheid voor het eigen werk en dat onvoldoende geschikte functies waren geselecteerd.
In hoger beroep stelde het UWV dat het besluit niet gebaseerd is op geschiktheid voor het eigen werk, maar op de beschikbaarheid van voldoende passende functies. De Raad concludeerde dat de rechtbank ten onrechte alleen de drie hoogst verlonende functies had beoordeeld en niet de reservefuncties, waardoor er wel degelijk voldoende passende functies beschikbaar zijn.
De Raad bevestigde dat het medische substraat van het besluit niet is bestreden en dat de arbeidsdeskundige correct heeft vastgesteld dat betrokkene geschikt is voor meerdere functies binnen haar belastbaarheid. Hierdoor blijft het bestreden besluit van weigering van de WAO-uitkering in stand en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering blijft in stand.