ECLI:NL:CRVB:2005:AU2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Kinderbijslagrecht voor naar Turks recht erkende kinderen volgens AKW
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen die naar Turks recht erkend zijn, maar de Sociale verzekeringsbank weigerde deze uitkering omdat deze kinderen volgens hen niet als eigen kinderen in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) konden worden beschouwd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. Naar aanleiding van jurisprudentie en nader onderzoek achtte de Raad dat de kinderen wel als eigen kinderen moeten worden aangemerkt en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd de Sociale verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Deze uitspraak bevestigt dat naar Turks recht erkende kinderen aanspraak kunnen maken op kinderbijslag onder de AKW, mits aan overige voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd.